Bij kredieten wordt onderscheid gemaakt tussen consumptieve en maatwerkkredieten.
Consumptieve kredieten
Consumptieve kredieten vallen onder de Wet op het Consumptieve Krediet.
De kenmerken van consumptieve kredieten zijn:
- worden in principe blanco verstrekt op basis van inkomen
- overlijdensrisico is veelal meeverzekerd
- maandelijks wordt één bedrag betaald aan rente,
- aflossing (verzekeringspremie indien van toepassing)
Er zijn verschillende kredieten mogelijk:
- Vast doorlopend krediet
- Persoonlijke lening (Aflopend krediet)
- Doorlopend krediet gekoppeld aan polis
Bij een doorlopend krediet is een bepaalde limiet van toepassing, dit wil zeggen de hoogte van het te verstrekken krediet. Het maandelijks te betalen bedrag bestaat uit aflossing en rente veelal een percentage van de limiet bijvoorbeeld 2%, 11/2% of 1%. Hetgeen wat afgelost is kan men desgewenst weer opnemen, vandaar de term doorlopend.
Bij aflopend krediet wordt voor de gehele looptijd het geldende kredietvergoedingspercentage vast gelegd. De betaling van de kredietnemer bestaat uit een vast maandelijks termijnbedrag waarin zowel kredietvergoeding als aflossing van de kredietsom begrepen zijn. In principe kan men hier tussentijds niet meer opnemen, wenst men dit toch dan zijn daar kosten aan verbonden. Als de vooraf overeen gekomen periode om is bijvoorbeeld 60 maanden is het krediet ook daadwerkelijk afgelost.
Bij een doorlopend krediet gekoppeld aan een polis wil zeggen dat het krediet aflossingsvrij geleend wordt. Naast de rentebetalingen betaalt men en verzekeringpremie voor de polis die verpand wordt aan het krediet. Vanuit de waarde opbouw van de polis wordt t.z.t. het krediet ingelost. In deze situatie liggen de maandlasten veelal beduidend lager dan bij een doorlopend krediet.